Nestor?

Op dit moment is Jan Peter de Wit het langstzittende raadslid in de Delftse gemeenteraad en dus de Nestor.

Wat is een nestor van de gemeenteraad?

Delft loopt zoals gewoonlijk achter op Rotterdam. Daar begon ook het fenomeen ‘nachtburgemeester’. In Rotterdam zegt het Reglement van Orde het volgende:

Artikel 9 Nestor
1.  De raad wijst uit zijn midden de nestor van de raad aan.
2. De aanwijzing vindt in de regel plaats in de eerste vergadering van een
nieuwe zittingsperiode en bij het tussentijds openvallen van die functie.

Toelichting artikel 9
In de regel wordt als nestor aangewezen het lid dat het langst aaneengesloten zitting heeft gehad in de raad. Hij kan het beste de geldende mores van de raad uitdragen. Voorts behoort het tot de taak van de nestor namens de raad het woord te voeren bij bijzondere gelegenheden, zoals onder meer bij aanvang van een nieuw kalenderjaar en bij het afscheid van leden van de raad, leden van het college en de burgemeester.

Bij verhindering of ontstentenis van de nestor wordt hij, overeenkomstig artikel 77 van de Gemeentewet, waargenomen door het lid dat het langst onafgebroken zitting heeft in de gemeenteraad. Bij gelijk aantal aaneengesloten jaren van lidmaatschap gaat het oudste lid in jaren voor.

HOOFDSTUK III BENOEMING WETHOUDERS

Artikel 5 – Onderzoek vereisten wethouderschap
1. Voordat tot benoeming van een of meer wethouders wordt overgegaan, onderzoekt een commissie of degenen die voor benoeming tot wethouder in aanmerking komen, voldoen aan de wettelijke vereisten en (on)verenigbaarheid van functies welke verband houden met het wethouderschap.

2. De voorzitter benoemt daartoe een commissie van vijf leden, daaronder tevens begrepen de nestor, uit het midden van de raad die de stukken welke verband houden met de benoeming van een of meer wethouders, onderzoekt.

3. De commissie brengt in de vergadering waarin de benoeming van een of meer wethouders op de agenda staat, verslag uit van haar bevindingen omtrent de benoembaarheid van degenen die worden aanbevolen voor benoeming tot wethouder.

4. Voordat tot benoeming van een of meer wethouders wordt besloten, besluit de raad over de adviezen en voorstellen van de commissie.

5. Het besluit wordt aan de benoemde(n) bekend gemaakt. De benoemde kan zijn benoeming direct aanvaarden.

Toelichting artikel 5

Nadat een of meer personen kandidaat zijn gesteld voor benoeming tot wethouder vindt een openbare bijeenkomst plaats waar de raad de kandida(a)t(en) vragen kan stellen over zijn/haar motivatie en kandidatuur.
De commissie die de stukken onderzoekt welke verband houden met de benoeming tot wethouder wordt in de regel voorgezeten door de nestor. Indien een of meer personen kandidaat zijn gesteld voor benoeming tot wethouder vanuit de fractie waarvan ook de nestor deel uitmaakt, dan wordt het voorzitterschap door een ander lid van de commissie bekleed.
De nestor wordt in die situatie in de regel niet aangewezen als lid van de commissie.

De commissie kan voorafgaand aan dan wel naar aanleiding van de openbare bijeenkomst besluiten in een niet openbare bijeenkomst een gesprek met de voorgedragen kandida(a)t(en) te voeren.

Een voorgedragen kandidaat maakt inzichtelijk dat hij een verklaring omtrent het gedrag (vog) heeft verkregen ten behoeve van zijn functie in het openbaar bestuur. Voorts maakt de voorgedragen kandidaat – eventueel in een niet-openbare bijeenkomst ten overstaan van de commissie die de vereisten voor het wethouderschap onderzoekt – inzichtelijk welke zakelijke belangen hij heeft. Daarbij dient hij ook zakelijke belangen van zijn partner of minderjarige kinderen te betrekken


GEMEENTEWET Hoofdstuk IV. De burgemeester

Artikel 77

1. Bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester wordt zijn ambt waargenomen door een door het college aan te wijzen wethouder. Het voorzitterschap van de raad wordt in dat geval waargenomen door het langstzittende lid van de raad. Indien meer leden van de raad even lang zitting hebben, vindt de waarneming plaats door het oudste lid in jaren van hen. De raad kan een ander lid van de raad met de waarneming belasten.

2. Bij verhindering of ontstentenis van alle wethouders wordt het ambt waargenomen door het langstzittende lid van de raad. Indien meer leden van de raad even lang zitting hebben, vindt de waarneming plaats door het oudste lid in jaren van hen. De raad kan een ander lid van de raad met de waarneming belasten.

————————————————————————————————————————————

In Delft staat in artikel 2 lid van het Reglement van Orde het volgende:

Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter van de raad wordt het voorzitterschap van de raad waargenomen door de voorzitter van het presidium.

Stel nu dat zowel de burgemeester als ook de voorzitter van het presidium afwezig zijn bij het begin van de raadsvergadering.

Vraag: klopt het dan, dat ik als het huidige langstzittende raadslid, de raadsvergadering moet gaan voorzitten?

Zo ja kan ik voor deze taak zo snel mogelijk ingewerkt worden?